Voorproefjes

Spionage? - Romantiek?  - AI technologie?

Wat kan ik nou echt verwachten.

Ook al heb je de achterflap gelezen, dan weet je nog niet of het een boek is dat je graag zou willen lezen. En dat snap ik.

Om je te helpen, heb ik twee onverkorte fragmenten op deze pagina geplaatst zodat je kan beoordelen of dit boek wat voor je kan zijn.

Scene 1 is onderdeel van de (meta-)verhaallijn over de schrijver en speelt zich af in 2025 en scene 2 is een onderdeel van het boek dat hij schrijft (1947).

De straten van Haarlem

Sybren is zo in zijn roman ondergedompeld dat zijn leefwereld verkleint tot zijn toetsenbord en zijn beeldscherm in zijn appartement in Haarlem.

Hij beseft dat hij ook weer eens buiten moet komen, afstand nemen.

Deze korte scene gaat over hoe hij dat ervaart.

Haarlem, maart 2025

Sybren stak zijn handen dieper in zijn jaszakken toen hij door de Grote Houtstraat liep. De wind joeg tussen de gevels door, rammelde aan de loshangende letters van een uitverkoop bord. Vroeger zat hier een boekwinkel waar hij als jongen urenlang tussen de stapels had gesnuffeld. Nu keek hij in een kaal etalageraam met alleen nog de vage omtrek van de op het raam geplakte gouden letters 'Boekenparadijs Van der Meer'.

De Action was er nog wel. En de Hema natuurlijk. Die overleefden alles, net onkruid in je tuin. Tussen de landelijke winkelketens door gluurden nog een paar plaatselijke ondernemers naar buiten – de Turkse kapper die nooit klanten leek te hebben maar wel altijd open was, de vintage kledingwinkel waar hipsters uit Amsterdam naartoe reden voor een authentieke ervaring.

Op de hoek van de straat vloog een plastic zak onwillig heen en weer op de harde windvlagen. Een paar gedeukte blikjes energydrank rolden over straat. De oude platenzaak stond al twee jaar leeg. “Te Huur” stond er nog steeds, maar wie wilde er nog een winkel beginnen als iedereen alles online bestelde? Zelfs de apotheek had een 'click & collect' balie gekregen – winkelen was een logistieke operatie geworden.

Een oudere vrouw probeerde haar rollator tussen de afzetpaaltjes door te manoeuvreren. Vroeger had ze hier waarschijnlijk elke zaterdag gewinkeld, praatjes gemaakt met de winkeliers die haar bij naam kenden. Nu waren de verkopers vervangen door tieners met naamplaatjes die haar aanstaarden alsof ze een museumstuk was. Er was veel verloren gegaan in deze stad.

Hij was naar buiten gegaan om te ontsnappen aan de stilte van zijn appartement, maar hier was het niet anders. Mensen liepen langs elkaar heen zonder op te kijken, iedereen opgesloten in hun eigen digitale bubbel. Vreemden die elkaar nooit zouden aanspreken, net zoals hijzelf nooit meer echte gesprekken voerde met wie dan ook. Wanneer had iemand hem voor het laatst bij zijn naam genoemd? Anders dan de bezorger die zijn pakketjes bracht? De straat was dood, gevuld met eenzame individuen.


Spionage opdracht

Sybren schrijft over een Engelse en een Russische spion, die verliefd op elkaar worden in een wereld waarin dat onmogelijk is. Beide spionnen voeren spannende missies uit en lopen elkaar daarbij in de weg. 

Deze scene beschrijft het begin van een missie van Benedict...

Parijs, maart 1947

Benedicts eerste opdracht na zijn ontmoeting met Lila was anders. Dit keer vormde hij een team met CIA–agenten om gezamenlijk Russische informatie te bemachtigen. Normaal gesproken opereerde hij alleen en in het diepste geheim.

De lente van 1947 zette de volgende stap en daalde over Parijs als een verkwikkende duik in het zwembad. Het was een zonnige dag geweest. Hij stond al enkele uren in de schaduw van een portiek om de ingang van het hotel aan de overkant van de straat te observeren in zijn onopvallend grijze streepjespak. Zijn uiterlijk die van een onbeduidende bankemployé. Om zes uur vanmiddag zou het te onderscheppen document overhandigd worden aan een Russisch attaché. Hij was op tijd gekomen om de omgeving te beoordelen op vluchtroutes en mensen die er niet thuishoorden. Het was inmiddels bijna zes uur, nog een paar minuten te gaan voor de actie en plotseling opende een deur achter hem. Een hand sloot om zijn bovenarm. Zijn reflexen namen het over. Benedict draaide zich bliksemsnel om, zijn vrije arm zwaaide in een scherpe boog naar de keel van zijn aanvaller, terwijl zijn lichaam al in positie schoof voor een vervolgaanval. Zijn hand stopte slechts centimeters van de hals van een oudere vrouw, gebogen onder het gewicht van haar jaren en de boodschappentas die ze droeg. Waarschijnlijk de rechtmatige bewoonster van het pand. ‘Pardon,’ murmelde ze geschrokken in het Frans, haar arm terugtrekkend. ‘Ik wil er graag langs.’ Benedict herstelde zich onmiddellijk, het masker van onschuld weer zoals het hoorde. ‘Excusez moi,’ antwoordde hij, haar vergevingsgezind toelachend. Een verstrooide bankier, meer niet. De vrouw schuifelde verder, keek hem argwanend aan maar was toch gerust door zijn nette voorkomen, vriendelijke woorden en glimlach. De interactie had slechts seconden geduurd, maar Benedicts hartritme was flink opgestuwd. Bijna had hij haar vakkundig tegen de grond gewerkt en de missie verprutst. Hij kalmeerde zichzelf en stapte uit de schaduw. Blijven staan zou argwaan wekken, hij moest nu wel in beweging komen.

"Je legt het niet meer weg."