Oma's Cake

Gepubliceerd op 19 februari 2026 om 21:48

Oma's Cake

Een experimentje tijdens mijn vakantie

Bekende auteurs maken massaal bezwaar tegen AI-taalmodellen omdat honderdduizenden boeken zijn gebruikt als leerobject zonder dat daar toestemming voor is gevraagd. Grote bedrijven maken daar vervolgens goede sier en immense winsten mee. De intellectuele eigendomsrechten worden hiermee aangetast.

Dat voelt niet goed, dat snap ik, maar de vraag is of wat er als resultaat uit komt zo specifiek lijkt op het origineel dat er sprake is van kopiëren in plaats van leren. Verveelvoudiging zonder toestemming is strafbaar, maar dat is toch niet wat AI doet? Ik twijfel.

Dat deed me denken aan oma’s cake. Dit recept staat in duizenden kookboeken, is geen intellectueel eigendom van oma en het wordt ook niet ineens jouw receptuur als je er een onbeduidend ingrediënt aan toevoegt om vervolgens je nieuwe eigen kook boek mee te vullen. Het is herhaling, meer van hetzelfde en van iedereen.

Net als woorden aan elkaar rijgen, een verhaal vertellen, iedereen kan dat en mag dat. Er bestaat geen eigendom van het alfabet, het is een vehikel dat ons allen helpt begrijpelijk te communiceren. De woordkeuze en vertelstijl dan? Zeker, daar kan een eigenheid in zitten die misschien exclusief aan iemand toe te wijzen is, waar je een schrijver aan kan herkennen, maar het verhaal zelf? De fantasie? Hoe kan je nog vernieuwend of verfrissend zijn in een wereld waarin alles al een keer gedaan is. Nogmaals, ik twijfel.

Toen ik mijn boek schreef, wist ik dat er een heleboel elementen al zijn beschreven. Je probeert origineel te zijn, in aanpak, opzet en bewoordingen. Maar in hoeverre lukt dat. En wat vinden anderen daar dan van. Voor mij zit de waarde erin, dat het van mij is. Niemand deed dit zoals ik het deed, heeft niet het plezier gehad dat ik eraan gehad heb om het te schrijven en als iemand het zou willen gebruiken, dan ben ik alleen maar blij met de aandacht die het genereert. Misschien ben ik wel naïef.

En natuurlijk, het ligt allemaal genuanceerder dan ik hier kort beschrijf.

Toch bedacht ik om een experiment te doen, dat uitsluitsel zou kunnen geven of het gebruiken van al die boeken van beroemde schrijvers (door AI) echt tot een reproductie leidt, iets dat niet zou mogen volgens de wet. Daarbij koos ik voor mijn ‘absurde’ vergelijking van hierboven. Ik heb AI (Claude Sonnet 4.6) gevraagd om een recept te schrijven met bereiding van oma’s cake in de stijl van Javier Mariás.

Voor degenen die Javier Marías niet kennen. Hij is een wereldberoemde Spaanse schrijver (Madrid, 1951-2022) die vele prijzen heeft gewonnen (niet als bakker). Zijn naam viel regelmatig als kanshebber op de Nobelprijs voor Literatuur. Hij is meester van de eindeloze zin, de filosofische terzijde, de verteller die een observatie doet en daar vervolgens drie alinea's lang op voortborduurt voordat hij terugkeert naar zijn eigenlijke punt, alsof de omweg zelf het doel was.

Zijn schrijverskenmerken zijn de lange, meanderende zinnen met ingebedde bijzinnen die de lezer meevoeren in een stroom van gedachten met obsessieve herhalingen net op een andere manier. De verteller is een denker en niet een handelende persoon; hij observeert, twijfelt, nuanceert zonder oordelen met eindeloze afwegingen. Hierdoor ontstaat een vertragende tijd. Slechts een kort moment kan pagina’s duren.

 

En wat is de uitslag van het experiment? Ik durf het niet te zeggen.

Als je het al tot het einde uit wil lezen (het is tergend langdradig), kan je niet anders dan concluderen dat er een grote gelijkenis is met de wijze van schrijven zoals hij dat zou kunnen doen. Tegelijkertijd zou hij dit onderwerp nooit hebben geschreven.

Voor mij is het iets volkomen nieuws, niet van Javier Mariás, niet van mij, maar wel creatief. Het heeft bestaansrecht en wie mag er dan geld aan verdienen? Voorzichtig meen ik dat degene die de opdracht formuleerde in Claude (ik dus), de AI tekst redigeerde, controleerde op waarheid en verbeterde, het recht heeft op deze tekst wanneer hij/zij die zou willen gebruiken voor eigen doeleinden en reproductie. Maar daar is vast juridisch van alles op af te dingen.

 

Oma’s cake (Uit het kookboek van Javier Mariás)

(Volgens AI)

Er bestaat een soort tijd die verschilt van alle andere tijd, een tijd die niet gemeten wordt in minuten of uren maar in handelingen, in de opeenvolging van kleine gebaren die samen iets vormen wat je van tevoren niet had kunnen bedenken. De tijd van het bakken is zo'n tijd. Hij is niet lineair, niet zoals de tijd op een klok lineair is, van het ene cijfer naar het andere voortschrijdend met de onverschilligheid van iets wat niet weet dat het kijkt. De tijd van het bakken is cirkelvormig, of misschien spiraalvormig — want je keert terug naar dezelfde handelingen, met dezelfde handen, maar nooit op precies dezelfde plek, nooit met precies hetzelfde ritme.

Ik denk wel eens dat mensen die nooit bakken iets missen wat ze niet kunnen benoemen. Niet de cake zelf — de cake is bijzaak, bijna — maar de capitulatie die het bakken vereist. Je kunt een vergadering vervroegen, een trein halen door harder te lopen, een beslissing nemen voordat de feiten volledig zijn. Maar je kunt een cake niet versnellen. De oven weet niet wie je bent. Hij kent je agenda niet. Hij geeft niet om je ongeduld, en dat is, als je erover nadenkt, een van de weinige eerlijke verhoudingen die een mens nog kan hebben.

Wat je nodig hebt, al vraag ik me af of "nodig hebben" het juiste woord is — want wat je werkelijk nodig hebt is de tijd, de middag, de bereidheid om langzaam te zijn in een wereld die haast als deugd beschouwt:

  • 200 gram bloem
  • 175 gram boter, op kamertemperatuur — wat betekent dat je al een uur geleden aan deze cake had moeten beginnen te denken, de cake begint al voordat je het besluit hem te maken
  • 175 gram suiker
  • 3 eieren
  • 1 zakje bakpoeder
  • 1 zakje vanillesuiker

 

De bereiding, hoewel "bereiding" een te klinisch woord is voor wat hier eigenlijk gebeurt:

Begin met de boter en de suiker. Klop ze samen tot het mengsel bleek is en luchtig, tot het er niet meer uitziet als twee afzonderlijke dingen maar als één ding dat altijd al samen had moeten zijn. Dit duurt langer dan je denkt. De meeste dingen duren langer dan je denkt.

Voeg dan de eieren toe, één voor één — en hier is het belangrijk, hier heeft oma nooit een concessie gedaan, hier was zij onverbiddelijk op een manier die ik destijds buitensporig vond maar nu begrijp: één voor één, met geduld tussen elk ei, want een mengsel dat haastig wordt geroerd, schift, het verliest zijn samenhang, zijn bereidheid om één ding te zijn — en een geschift mengsel kun je niet meer vertrouwen, ook al lijkt het later, na het toevoegen van de bloem, alsof het hersteld is. Het heeft iets gebroken wat niet meer heel wordt. Je proeft het niet, maar je weet het.

Zeef de bloem erboven. Het zeven is geen ijdelheid maar nederigheid — je geeft de bloem de kans om lucht te worden voordat ze massa wordt.

Voeg het bakpoeder toe, de vanillesuiker, het zout dat het recept niet noemt maar dat er altijd in hoort.

Roer tot het net genoeg is.

Het is hier, precies hier, in dit moment van roeren, dat de vlekken ontstaan. Een dot meel op de mouw van je trui. Een vlek boter op het schort dat je misschien draagt, waarschijnlijk niet draagt, dat je nooit draagt omdat je er steeds te laat aan denkt. De bloem trekt in de stof op een manier die waspoeder later maar gedeeltelijk ongedaan maakt — er blijft altijd iets, een zweem, een bleke schaduw van wat er was, zichtbaar in het juiste licht, onzichtbaar voor iedereen die er niet naar zoekt.

Er zijn mensen voor wie deze vlekken ondraaglijk zijn. Niet omdat ze ijdel zijn — hoewel ijdelheid ook een verklaring zou kunnen zijn — maar omdat ze in een vlek iets zien wat de vlek zelf overstijgt: bewijs van onzorgvuldigheid, van een moment waarop de aandacht verslapte, van iets wat niet beheerst werd. Voor hen is schoonmaken geen praktische handeling maar een morele. Ze wrijven niet alleen de vlek weg maar ook de suggestie dat ze ooit zo iemand waren die vlekken maakte, die de boter liet spatten, die niet oplette.

Koud water, voor de boter. Nooit warm — warm verstevigd de vlek en maakt haar permanent, geeft haar het recht om te blijven. Koud water en geduld, en daarna een vlekkenzeep die je in de apotheek koopt en waarvan je het bestaan vergeet tot het moment dat je hem nodig hebt, wat altijd het moment is waarop hij achterin de kast staat, achter de dingen die je beter bewaart dan gebruikt.

Maar er zijn ook mensen — en ik heb altijd meer van deze mensen gehouden, al weet ik niet of dat een deugd is of een zwakte — voor wie een vlek een verslag is. Een bewijs van aanwezigheid. Zij hebben hier gestaan, op deze middag, en iets gemaakt met hun handen, en de stof heeft het onthouden op de manier waarop stof dat doet: zwijgend, zonder oordeel, zonder het verhaal te kennen maar wel de afdruk.

Oma had altijd vlekken op haar schort. Ik heb nooit gezien dat ze ze eruit probeerde te halen.

Giet het beslag in een ingevette vorm en schuif hem in een oven van 170 graden.

50 tot 55 minuten.

Dit is de tijd die de cake vraagt en die jij hem moet geven, zonder onderhandeling, zonder de ovendeur te openen om te kijken of het al bijna klaar is — want elke keer dat je de deur opent laat je de warmte ontsnappen, neem je de stilte af die de cake nodig heeft om te worden wat hij moet worden. Er is iets diep menselijks in die neiging om te kijken, om te controleren, om de voortgang te willen zien voordat de voortgang zichzelf wil laten zien. Alsof het toezicht houden de uitkomst beïnvloedt. Alsof de cake beter rijst als we erbij zijn.

Laat hem met rust. Ga iets anders doen. Lees. Staar uit het raam. Denk aan iets wat je al lang niet hebt gedacht. De cake heeft jou niet nodig — dat is precies wat hem zo rustgevend maakt.

Laat hem afkoelen op een rooster.

En hier, in dit laatste geduld, in deze finale overgave aan de tijd, speelt zich iets af wat ik niet kan beschrijven zonder het te verraden, maar wat ik toch zal proberen te beschrijven omdat zwijgen ook zijn grenzen heeft.

De plak die je afsnijdt terwijl de cake nog warm is — en je snijdt hem af, dat weet ik, dat weet iedereen die ooit een cake heeft gebakken, er is niemand die wacht — die plak is niet alleen een plak cake. Hij is een oordeel. Een privé-oordeel, uitgesproken in de keuken, zonder getuigen, over iets wat jij hebt gemaakt en wat jij nu als eerste beoordeelt, vóór iedereen die er later van zal eten, vóór iedereen die je zal zeggen dat het heerlijk is of dat het misschien iets meer vanille had mogen hebben.

Je snijdt hem af voor jezelf. En in die stiekeme hap zit alles: de trots als hij goed is, de warme kruimel die precies zo smaakt als je hoopte, het korte moment waarop je denkt — ja, dit is het, dit heb ik gedaan — een tevredenheid zo intiem dat je er bijna verlegen van wordt, ook al is er niemand die je ziet.

Maar ook de teleurstelling, als hij te droog is, te compact, als de smaak vlak is of de structuur zwaar. Die teleurstelling is anders dan alle andere teleurstellingen omdat ze geen getuigen heeft. Je kunt er niet om lachen met iemand anders. Je kunt hem niet relativeren met de opmerking dat het een experiment was. Je staat alleen in de keuken met de wetenschap van wat je had gehoopt en wat het is geworden, en dat verschil — soms groot, soms klein, soms nauwelijks meetbaar maar toch aanwezig — dat verschil is waar het ego woont.

Het ego dat wilde dat het perfect was. Dat had gepland te zeggen, terloops, wanneer de anderen aten: ik heb hem zelf gemaakt. Woorden die geen toelichting behoeven maar die altijd toelichting krijgen, altijd vergezeld gaan van een gebaar, een nonchalance die geen nonchalance is.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.